Roermond ligt zo dat je met een half uur lopen vanuit het centrum al in een ander landschap staat. En rijd of fiets je twintig minuten, dan heb je de keuze uit heide, beekdalen, rivieroevers en bos. Voor een stad van dit formaat is dat een luxe die je in de rest van Nederland zelden hebt.
Nationaal Park De Meinweg
Het grootste en het bijzonderste gebied ligt ten oosten van de stad. De Meinweg is een terrassenlandschap met steile overgangen, ontstaan doordat breuklijnen en rivieren het landschap in treden hebben gesneden. Er zijn eiken-berkenbossen, dennenbossen, droge en natte heide, vennen en beekdalen. Bij het bezoekerscentrum aan de rand starten gemarkeerde routes in verschillende lengtes, en daar krijg je ook informatie over wat er op dat moment te zien is.
Het Roerdal
De Roer komt vanuit Duitsland en stroomt bij Roermond in de Maas. Het dal van die rivier is smal en groen en loopt tot vlak bij de binnenstad door. Natuurpark Hattem, bij het kasteeltje net buiten het centrum, ligt in dat dal en heeft hoogteverschillen die voor afwisseling in flora en fauna zorgen. Er loopt een wandelpad doorheen. Verder stroomopwaarts kom je in de Roerstreek terecht, met dorpen als Melick en Sint Odiliënberg.
Langs de Maasplassen
Aan de westkant liggen de plassen, ontstaan uit grindwinning en inmiddels een gebied met stranden, natuurzones en oevers. Er zijn routes over de dijken en langs het water, vlak en goed begaanbaar, ook met een kinderwagen. Het is er in de zomer druk met watersport, maar buiten het seizoen loop je er langs stille oevers met veel vogels.
Bossen en beken bij Swalmen
Naar het noorden, rond Swalmen en Boukoul, liggen bossen, landgoederen en het dal van de Swalm. Het is een waterrijk en bosrijk gebied dat veel minder bezoekers trekt dan de Meinweg. Onderweg kom je langs oude landgoederen en de resten van een Romeinse weg die hier ooit van Heerlen naar Xanten liep. Ook prehistorische grafheuvels zijn in dit gebied bewaard gebleven.
In de stad zelf
- Stadspark De Kartuis, achter de muren van een voormalig kartuizerklooster, met een zeldzame muurvegetatie.
- Het Nationaal Herdenkingspark ten zuiden van de binnenstad, in Engelse landschapsstijl.
- Het kruiswegpark bij de Kapel in ’t Zand.
- De groengordel langs de Maasnielderbeek, die dwars door de woonwijken loopt.
Wat je onderweg tegenkomt
Op de Meinweg zijn wild zwijn, ree en vos gewoon, en het gebied is landelijk bekend om zijn reptielen, waaronder de adder. Blijf daarom op de paden, dan gebeurt er niets. In het Roerdal en langs de beken zie je ijsvogels en bevers, en boven de plassen zijn in het najaar grote groepen vogels te zien. Kraanvogels trekken over en worden regelmatig gemeld.
Per seizoen
In het vroege voorjaar zijn de beekdalen op hun mooist en zonnen de reptielen langs de randen van de heide. In de zomer is de heide op de Meinweg in bloei en zijn de plassen druk. In het najaar kleuren de bossen en is het overal rustig. En in de winter loop je op de Meinweg soms een uur zonder iemand tegen te komen, wat in Nederland zeldzaam is geworden.
Praktisch
Neem stevige schoenen, want de paden lopen over zand, hellingen en natte stukken. Buiten de bebouwde kom zijn de voorzieningen schaars, dus neem water mee en reken er niet op dat er onderweg een café open is, zeker niet doordeweeks. Voor routes en kaarten kun je terecht bij de toeristische informatiebalie in de stad, waar een uitgebreid aanbod aan routekaarten ligt. En houd er rekening mee dat een deel van de gebieden aan de andere kant gewoon Duitsland is, dus neem je identiteitsbewijs mee.


