Wie in Roermond komt wonen en denkt dat carnaval een weekend duurt, komt bedrogen uit. In Remunj, zoals de stad in het dialect heet, begint het seizoen in november en loopt het uit op een reeks dagen waarin de stad er anders uitziet, anders klinkt en anders praat. Bovendien werkt het hier net iets anders dan in de rest van Limburg.
Elf november op het Stationsplein
Het seizoen begint op de elfde van de elfde, en Roermond is daarvoor het adres van de hele provincie. Op het Stationsplein wordt de vastelaovend geopend, een evenement dat eerder elders in Limburg werd gehouden en dat naar Roermond verhuisde omdat het steeds groter werd. Vanaf dat moment is het seizoen open, worden de prinsen uitgeroepen en beginnen de zittingen.
Niet een prins maar veel prinsen
Dit is het kenmerk waarin Roermond zich onderscheidt. De vastelaovend is hier georganiseerd per wijk en per buurt, en vrijwel elke wijk heeft een eigen vereniging met een eigen prins. De stadsvereniging is D’n Uul, opgericht op de elfde van de elfde in 1936, met het rijk dat ’t Uuleriek heet. Daarnaast hebben Maasniel, Herten, Swalmen, de Donderberg, het Roermondse Veld en andere delen van de gemeente hun eigen verenigingen en hun eigen hoogheden. Voor een buitenstaander is dat verwarrend, voor een Roermondenaar is het precies de reden dat het feest overal in de gemeente leeft en niet alleen in het centrum.
De optocht op maandag
De grote gezamenlijke activiteit is de optocht, en die trekt hier op carnavalsmaandag door de binnenstad, niet op zondag zoals in veel andere plaatsen. Dat is een keuze die de stad al generaties maakt, en het heeft als prettig neveneffect dat wie op zondag elders wil kijken, dat gewoon kan doen en op maandag thuis is. Aan de optocht doen de verenigingen uit de hele gemeente mee, met wagens, loopgroepen en einzelgängers. Na afloop worden de prijzen uitgereikt.
De kleuren en de klanken
De kleuren van de vastelaovend zijn in heel Limburg rood, geel en groen, en die zie je in Roermond terug in de vlaggen aan de gevels en in de pakken. Wat je vooral hoort, is de blaasmuziek. Roermond heeft een uitzonderlijk rijk muziekleven, met meerdere harmonieën en fanfares, een brassband en een reeks joekskapellen die tijdens de vastelaovend van café naar café trekken. De Koninklijke Harmonie van Roermond werd in 1775 opgericht en is daarmee de oudste harmonie van Nederland.
Als je nieuw bent
- Ga naar een zitting van de vereniging in je eigen wijk, dat is de makkelijkste ingang.
- Verkleed je, want in Limburg is dat geen optie maar de norm.
- Verwacht geen polonaise met verzoeknummers maar liedjes in dialect die iedereen kent.
- Ga op maandag ruim voor aanvang staan als je de optocht met kinderen wilt zien.
- Leer een paar woorden, want de hele week wordt er dialect gesproken.
Met kinderen
De vastelaovend in Roermond is uitgesproken kindvriendelijk. Scholen hebben hun eigen vieringen, er zijn jeugdprinsen en er zijn middagen die speciaal voor kinderen zijn bedoeld. Bij de optocht is het handig om een plek te zoeken op een breed stuk van de route in plaats van in het nauwste deel van het centrum, want daar staat het publiek dik en zien kleine kinderen niets.
De stadsreus
Roermond heeft een traditie van een stadsreus die zich ook buiten de carnavalsperiode laat zien bij bijzondere gelegenheden. De oudste bekende vermelding van een Roermondse stadsreus gaat terug tot de zeventiende eeuw. De reus die de stad nu heeft, heet Sjtuf en werd in 1982 gemaakt.
Na afloop
De vastelaovend eindigt op dinsdagnacht, en woensdag is het over. In Limburg wordt dat serieus genomen, met haringhappen en met de nuchterheid die daarbij hoort. Voor wie de sfeer daarna nog wil vasthouden, is er in de bakkerijen nog even de nonnevot, het carnavalsgebak dat traditioneel wordt gebakken tussen de elfde van de elfde en Aswoensdag. Daarna is het echt afgelopen tot november.


