woensdag 16 september 2026

Roermond als Hanzestad en hoofdstad van Opper-Gelre

Roermond als Hanzestad en hoofdstad van Opper-Gelre

Roermond hoort niet in het standaardverhaal van de Nederlandse geschiedenis, en dat maakt de stad juist interessant. Terwijl Holland zich in de zeventiende eeuw opwerkte, keek Roermond naar het oosten, hoorde het bij Gelre en later bij Spanje en Oostenrijk, en werd het pas in 1839 definitief Nederlands. Dat verleden is nog steeds af te lezen aan de stad.

Waar de naam vandaan komt

De stad wordt in 1130 voor het eerst genoemd. Het eerste deel van de naam verwijst naar de Roer, de rivier die volgens de gangbare verklaring is genoemd naar een Keltisch-Germaanse watergodin. Het tweede deel lijkt te verwijzen naar de monding van die rivier in de Maas. Roermond ligt op de plek waar twee rivieren samenkomen, en dat is de reden dat de stad er staat.

Stadsrechten en muren

In 1232 kreeg de plaats stadsrechten van graaf Otto II en werd de eerste ommuring aangelegd. Daarvoor was er al een versterking tussen twee armen van de Roer en een handelsnederzetting daarnaast. In 1218 was de Munsterabdij gesticht, en die kerk staat er nog. In het midden van de veertiende eeuw kwam er een tweede ommuring, waarbinnen de kloosters kwamen te liggen die de stad haar kerkelijke karakter gaven.

De Hanze en het muntrecht

Dankzij de scheepvaart op de Maas kon Roermond in 1441 lid worden van de Hanze, het handelsverbond dat van Vlaanderen tot in het Oostzeegebied reikte. In 1472 verwierf de stad daarnaast het muntrecht, wat betekende dat er in Roermond geld werd geslagen. Dat zijn twee feiten die veel zeggen over de positie van de stad in die tijd. Roermond was geen provinciestadje maar een handelsplaats van betekenis.

Hoofdstad van Opper-Gelre

In 1547 werd Roermond de hoofdstad van Opper-Gelre, het zuidelijke kwartier van het hertogdom Gelre. Van de vier hoofdsteden van Gelre was Roermond de tweede in omvang en de grootste in handel. In 1559 kreeg de stad bovendien een bisschopszetel. Bestuur, handel en kerk kwamen daarmee in dezelfde stad samen, en dat verklaart de standing die Roermond eeuwenlang had.

Branden, belegeringen en heersers

  • De stadsbrand van 1554, waarbij een groot deel van de stad in de as werd gelegd.
  • De inname door Willem van Oranje in 1572, met een bloedbad in het kartuizerklooster.
  • De verovering door de Republiek in 1632, waarbij stadhouder Ernst Casimir sneuvelde.
  • De tweede stadsbrand van 1665, opnieuw verwoestend en opnieuw gevolgd door herbouw.
  • De Oostenrijkse periode, waarin Roermond hoofdplaats van Oostenrijks-Gelre werd.
  • De Franse tijd, waarin de kloosters werden opgeheven en de stadsmuren werden gesloopt.

Belgisch, en toen Nederlands

Bij het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1830 bleef Roermond Belgisch, net als voor de Franse tijd. Pas het Verdrag van Londen van 1839 maakte er een Nederlandse stad van, en tot 1867 bleef de stad zelfs lid van de Duitse Bond. Wie zich afvraagt waarom Limburg zich soms anders tot de rest van Nederland verhoudt, vindt hier een deel van het antwoord.

De negentiende eeuw

In 1853 werd het bisdom Roermond opnieuw ingesteld en werd de stad een kerkelijk centrum, met tientallen ateliers voor kerkelijke kunstnijverheid. Uit die wereld kwam Pierre Cuypers voort. De spoorlijn, de brug over de Maas en de aanleg van de IJzeren Rijn zorgden voor economische groei. De wallen werden geslecht, er werd langs de singels gebouwd en de Hamstraat werd een belangrijke winkelstraat.

Waar je het terugziet

Loop door de binnenstad en je leest het verleden af aan de gebouwen. De Munsterkerk voor de dertiende eeuw, de kathedraal voor de vijftiende, de gevels aan de Markt en de Steegstraat voor de herbouw na de branden, met hier en daar kanonskogels in het metselwerk. De Rattentoren en de Cattentoren voor de vestingwerken, het voormalige bisschoppelijk paleis voor de kerkelijke macht en de negentiende-eeuwse singels voor de tijd dat de muren verdwenen. Het staat er allemaal nog, binnen een straal van een paar honderd meter.