De binnenstad en het outletcentrum krijgen alle aandacht, maar een groot deel van het dagelijkse winkelen in Roermond gebeurt ergens anders. In de wijken, in de dorpen en aan de rand van de stad bij de snelweg, waar het aanbod anders is en waar parkeren geen probleem is.
Het retailpark bij de snelweg
Bij de kruising van de snelweg met de doorgaande weg naar Weert werd in 2008 een retailpark gebouwd, met grote winkelketens die veel vloeroppervlak nodig hebben. Even ten noorden daarvan kwam een jaar later een centrum met winkels voor de buitensport. Dat is het gebied waar je heen gaat voor bouwmarkten, woninginrichting, elektronica en sportartikelen, met ruime parkeerterreinen voor de deur.
De wijkwinkels
Vrijwel elke Roermondse wijk heeft een supermarkt en een cluster buurtwinkels, en dat maakt het dagelijkse leven hier praktisch. Op de Donderberg, in het Roermondse Veld, in De Kemp, in Maasniel, in Herten en in Hoogvonderen kun je je boodschappen doen zonder de wijk uit te gaan. Voor gezinnen scheelt dat elke week tijd, en voor mensen die minder mobiel zijn is het essentieel.
In de dorpen
De dorpen binnen de gemeente hebben hun eigen voorzieningen. In Swalmen is er een dorpskern met winkels en supermarkten, in Herten zit winkelaanbod rond de kern, en in de kleinere kernen is er meestal nog een bakker of een buurtwinkel. Voor de bewoners is dat meer dan gemak, want een dorpswinkel is ook een ontmoetingsplek. Dat is precies waarom dorpsraden zich er hard voor maken als er een dreigt te verdwijnen.
Wat je waar doet
- Dagelijkse boodschappen, in je eigen wijk of dorp.
- Grote aankopen en klusspullen, op het retailpark bij de snelweg.
- Mode en cadeaus, in de binnenstad en in het outletcentrum.
- Versproducten, op de weekmarkten of bij de speciaalzaken in het centrum.
- Streekproducten, bij boeren in de omgeving die aan huis verkopen.
Waarom het buiten het centrum kan
Roermond is een gemeente die uit een stad en drie voormalige zelfstandige gemeenten bestaat. Maasniel, Herten en Swalmen brachten allemaal hun eigen voorzieningen mee, en die zijn grotendeels blijven bestaan. Dat verklaart waarom je in een gemeente van deze omvang zo veel verspreide winkelclusters hebt, en waarom mensen hier eerder zeggen dat ze in Herten of Maasniel wonen dan in Roermond.
De bereikbaarheid
Aan de rand van de stad parkeer je gratis of goedkoop, wat een wezenlijk verschil is met het centrum. Het retailpark ligt aan de aansluiting op de snelweg, dus vanuit de hele regio ben je er snel. Voor wie geen auto heeft, is dat juist lastiger, want het openbaar vervoer naar de buitengebieden is beperkter dan naar het centrum. Met de fiets is vrijwel alles binnen een kwartier tot twintig minuten te doen.
Zondag
Omdat de hele gemeente als toeristisch gebied is aangewezen, mogen winkels in Roermond op zondag open. In de praktijk maakt vooral het centrum en het outletcentrum daar gebruik van, en in de wijken en dorpen is het aanbod op zondag beperkter. Kijk dus even voordat je op een zondag met een lege koelkast op pad gaat.
De binnenstad en de rand
Er is in Roermond, net als in veel steden, een spanning tussen het winkelaanbod in de binnenstad en dat aan de rand. Grote winkels hebben ruimte en parkeerplaatsen nodig die in een middeleeuwse kern niet bestaan, en tegelijk heeft de binnenstad bezoekers nodig om levendig te blijven. In Roermond is dat opgelost door beide te laten bestaan en ze met loop- en fietsroutes aan elkaar te knopen, met de voetgangerspassage onder de doorgaande weg als bekendste voorbeeld.
Over de grens
Een deel van de inwoners doet regelmatig boodschappen in Duitsland, dat op een kwartier rijden ligt. Voor bepaalde producten scheelt dat, en voor andere juist niet. Het werkt ook de andere kant op, want een aanzienlijk deel van de klandizie in de Roermondse binnenstad en op de markt komt uit Duitsland. In een grensstad is winkelen dus vanzelf een tweerichtingsverkeer.


