Wie in Limburg op visite komt, krijgt vlaai. Niet als toetje en niet als taart bij een verjaardag, maar als vanzelfsprekend onderdeel van het koffiedrinken. In Roermond is dat niet anders, en wie hier komt wonen merkt binnen een maand dat een doos vlaai meenemen naar een verjaardag geen leuke gedachte is maar gewoon de norm.
Waar het vandaan komt
Over de precieze oorsprong van de vlaai bestaat geen zekerheid, en het is ook geen exclusief Limburgs product, want in Vlaanderen werd hij eeuwen geleden ook gebakken. Een van de oudste vermeldingen gaat terug tot de twaalfde eeuw, toen de inwoners van Sint-Truiden een belegeraar een vlaai zouden hebben aangeboden. Op het schilderij met Nederlandse spreekwoorden van Pieter Bruegel de Oude uit 1559 liggen vlaaien op een boerderijdak, bij het spreekwoord dat er overvloed heerst.
Het oogstfeest
In Limburg hoorde de vlaai bij het oogstfeest op boerderijen met boomgaarden. Een negentiende-eeuwse reisschrijver beschreef hoe op de grote tafel het nieuwe wittebrood stond en daarnaast de koek van tarwemeel met vruchtenmoes, die volgens hem een Limburgse eigenaardigheid was en vlaai werd genoemd. Tot ver in de twintigste eeuw was vlaai een luxeartikel dat alleen op feestdagen op tafel kwam, gebakken in het bakhuisje bij de boerderij en ’s middags rond een uur of vier bij de koffie geserveerd.
Wat een echte vlaai is
Er zijn eisen, want sinds enkele jaren is de Limburgse vlaai een door de Europese Unie erkend streekproduct. Een vlaai heeft een ronde platte bodem van gistdeeg met opstaande randen, met een maximale doorsnede van dertig centimeter. De bodem mag niet dikker zijn dan een centimeter en moet stevig genoeg zijn om een punt uit de hand te eten. Gistdeeg is het punt waarop een vlaai zich onderscheidt van een taart, want dat geeft de zachte, brooddeegachtige bodem.
De soorten
- Vruchtenvlaai, met kersen, abrikozen, pruimen, appel of kruisbessen.
- Rijstevlaai, met rijstepap, al dan niet met een laagje slagroom.
- Kruimelvlaai, met een kruimeldeklaag over het fruit.
- Abrikozenvlaai met slagroom, in Limburg een klassieker op verjaardagen.
- Vlaai met een vlechtdeksel, waarbij het deeg in stroken over het fruit ligt.
Waar je hem koopt
De supermarkt verkoopt vlaai en dat is prima voor een doordeweekse dag. Voor het echte werk ga je naar een ambachtelijke bakker, en die zitten in Roermond zowel in de binnenstad als in de wijken en de dorpen. Vraag naar wat er die dag vers is en naar de fruitsoorten van het seizoen, want een goede bakker werkt met wat er te krijgen is. Voor een verjaardag bestel je vooruit, zeker in het weekend.
Hoe je hem serveert
Een vlaai wordt in punten gesneden, uit de hand of van een bordje gegeten, en er hoort koffie bij. Op feestdagen krijgt iedereen traditioneel twee of drie punten van verschillende smaken. Wie een hele vlaai koopt voor een klein gezelschap, houdt over, en dat is niet erg, want de volgende dag is hij nog gewoon goed. In de koelkast bewaren doe je bij vlaai met slagroom, de rest zet je gewoon onder een deksel.
Wat je bestelt bij een verjaardag
In Limburg wordt vlaai per punt gerekend, meestal twaalf punten per vlaai, en op een verjaardag krijgt iedereen er traditioneel twee of drie van verschillende smaken. Bestel dus liever meer smaken in kleinere hoeveelheden dan één grote vlaai van één soort. Een bakker denkt daarin mee en adviseert over de combinatie. Bestel een paar dagen vooruit, en in de communietijd en rond de feestdagen langer.
Buiten Limburg
Vlaai is buiten de provincie bekend geworden doordat toeristen hem meenamen als vakantieherinnering en doordat supermarkten hem gingen verkopen. Er is ook een bekend verhaal over een verkoopster uit Weert die begin vorige eeuw haar vlaaitjes aan treinreizigers op het station verkocht. Wat er in het noorden onder vlaai wordt verstaan, komt niet altijd overeen met wat een Limburger ermee bedoelt, en dat is precies het gesprek dat elke Limburger vroeg of laat voert.


