woensdag 16 september 2026

Nonnevotten en ander carnavalsgebak in Roermond

Nonnevotten en ander carnavalsgebak in Roermond

Als in november het carnavalsseizoen wordt geopend, verandert er iets in de etalages van de Limburgse bakkerijen. Er komen gefrituurde lussen met een losse knoop te liggen, bestrooid met suiker. Dat zijn nonnevotten, en ze horen bij de vastelaovend zoals de vlaai bij de zondag hoort.

Waar ze vandaan komen

De nonnevot is typisch Limburgs en wordt in het bijzonder met Sittard verbonden, waar het gebak zijn oorsprong heeft. Vanuit die stad heeft het zich over de provincie verspreid, en tegenwoordig liggen ze in de hele regio bij de bakker. De traditie is dat ze worden gebakken vanaf de elfde van de elfde, de aftrap van het carnavalsseizoen, tot Aswoensdag. Daarna zijn ze weg tot november.

Waar de naam vandaan komt

Zeker weten doet niemand het. Vot is in veel Limburgse dialecten het woord voor bil, dus letterlijk zou de naam het achterwerk van een non betekenen. Er zijn meerdere verklaringen in omloop. Een daarvan is dat zusters die in de zeventiende eeuw een klooster in Sittard hadden, dit frituurgebak gaven aan mensen die lompen en vodden brachten waarvan de opbrengst voor de armen was. Volgens de overlevering werd het gebak in 1676 ook aangeboden aan Franse bevelhebbers die de stad wilden innemen. Weer een andere verklaring wijst op de strik die nonnen vroeger op hun achterste droegen.

Waarvan ze worden gemaakt

Nonnevotten bestaan uit meel, gist, melk, zout, boter en fijne kristalsuiker of witte basterdsuiker, en ze worden gefrituurd in olie of in reuzel. Het deeg wordt tot een sliert gerold, in een lus gelegd met een losse knoop en dan gebakken. Het resultaat is zacht van binnen en licht knapperig van buiten. Wie ze warm eet, weet meteen waarom ze in de vastelaovend zo goed werken.

Ambachtelijk of fabriek

Het onderscheid is groot. In de supermarkten liggen in de carnavalsperiode krakelingachtige varianten die qua smaak en structuur weinig met een echte nonnevot te maken hebben. Bij een ambachtelijke bakker gaat er tijd in het deeg en wordt er vers gefrituurd. Limburgse bakkers hebben zich daar de laatste jaren nadrukkelijk over uitgesproken, omdat zij dit als een stuk cultureel erfgoed zien dat de moeite van het beschermen waard is.

Ander gebak bij de vastelaovend

  • Oliebollen en appelbeignets, die in Limburg niet alleen bij oud en nieuw horen.
  • Roomsoezen en gebak in de kleuren van de vastelaovend, rood, geel en groen.
  • Vlaai in feesteditie, want ook op een zitting staat er vlaai op tafel.
  • Suikerbrood en zoete broodjes bij de koffie op de zondagochtend van het feest.

De vastelaovend in Roermond

In Roermond, dat in het dialect Remunj heet, wordt de vastelaovend per wijk georganiseerd. Bijna elke wijk en elk dorp heeft een eigen vereniging met een eigen prins, met de stadsvereniging die al sinds 1936 bestaat als de bekendste. De grote optocht trekt op carnavalsmaandag door de binnenstad. In die dagen liggen bij de bakkers de nonnevotten en zijn de etalages in de kleuren van het feest.

Wanneer je ze koopt

De eerste liggen er in november, meteen na de opening van het seizoen op de elfde van de elfde, die in Roermond op het Stationsplein wordt gevierd. Daarna is er de hele winter aanbod, met een piek in de dagen van de vastelaovend zelf. Bestel voor een zitting of een feest vooruit bij je bakker, want in die week gaat de productie op volle toeren en is het op vrijdagmiddag vaak op.

Zelf maken

Nonnevotten maken is goed te doen. Het deeg is een eenvoudig gistdeeg dat moet rijzen, en de vorm is een kwestie van oefenen. De valkuil zit in het frituren, want de temperatuur van de olie bepaalt of ze van binnen gaar worden zonder dat de buitenkant te donker wordt. Bestrooi ze warm met suiker en eet ze dezelfde dag, want een dag later zijn ze taai.